Belastingsonderzoek mag geen opstapje naar belastings-unie zijn.

Binnen het Europees parlement is een bijzondere commissie opgericht die zich buigt over de (gunstige en soms geheime) belastingafspraken tussen sommige lidstaten en multinationals. Directe aanleiding waren affaires zoals ‘LuxLeaks’, ‘Swiss Leaks’ en het nieuws over Belgische rulings. Als schaduwrapporteur van die zogenaamde TAXE Commissie kon ik gisteren het volgende kwijt.

Dames en Heren,

Beste Collega’s,

De lastendruk in de EU ligt bijzonder hoog, veel hoger dan in bijvoorbeeld de Verenigde Staten, maar eveneens een pak hoger dan het OESO-gemiddelde. De algemene directe en indirecte belastingdruk in de Eurozone bedraagt zo’n  45%.

De lidstaten van de EU zijn inhalig en verslaafd aan het belasten van burgers, zowel werknemers, consumenten als ondernemingen.

Ik wil ten eerste stilstaan bij de definities die gehanteerd worden. Iedereen valt momenteel over de tax rulings, maar: Zoals de rapporteurs zelf stellen op pagina 7, bestaat er niet eens een eenduidige definitie van het begrip ‘tax ruling’, wat de zaak natuurlijk erg omslachtig maakt.

Ook begrippen als ‘belastingontwijking’ en ‘belastingfraude’ worden vaak op een hoop gegooid. De voormalige Britse minister Haeley zei ooit dat het verschil tussen belastingontwijking en belastingontduiking de dikte van een gevangenismuur is. Ik hoed er mij dan ook voor om bedrijven en burgers die belastingen ontwijken, a priori neer te poten als fraudeurs.

Dat neemt niet weg dat er enkele problemen zijn. Dat is het tweede punt waarbij ik stil wil staan. Waarom sluiten regeringen rulings af met multinationals? Oorzaak en gevolg worden, heb ik de indruk, vaak omgekeerd: Het is uitgerekend omdat de lastendruk in heel wat landen zodanig hoog is, dat burgers en bedrijven naar de uitgang hollen en hun heil in een ander land willen gaan zoeken.

Het is omdat politici er niet in slagen de lastendruk algeheel te laten dalen, dat regeringen over gaan tot het afsluiten van rulings als uitzonderingsmaatregelen, à la tête du client dus, om bedrijven toch maar in hun lidstaat te houden, al dan niet om de werkgelegenheid op peil te houden. Het zijn dus niet bedrijven die het democratisch deficit aantasten, maar wel overheden zelf die deze obscure rulings zijn gaan toepassen, als weg van de minste weerstand tegen hun eigen maatregelen.

De opstellers van dit rapport zijn respectievelijk socialist en liberaal: wel, een goede raad voor u: praat eens met uw collega’s uit de Belgische liberale en socialistische regeringen die aan de macht waren onder Guy Verhofstadt en Elio Di Rupo. De toenmalige regeringen in België blonken uit in het afsluiten van rulings. Waarom? Omdat anders bedrijven het land allemaal ‘goodbye’ zouden zeggen, aangezien de lastendruk veel te hoog was geworden en de concurrentiepositie zodanig werd aangetast.

Ten derde iets over de roep naar meer transparantie. Niemand kan daar iets op tegen hebben, me dunkt. Niet alleen kampen veel rulings met een gebrek aan transparantie, waardoor ingezetenen in een lidstaat niet weten tegen welke voorwaarden hun concurrenten opereren. Echter, transparantie zal niet alleen-zaligmakend zijn en de roep om belastingen te betalen waar de economische meerwaarde gecreëerd wordt, is in een tijd van ICT-technologie een nobele maar soms te rooskleurige vooronderstelling.

Kortom Ik deel de analyse dat rulings ontwrichtend kunnen werken en afgunst in de hand werken. Ook ik ben geen voorstander van grote multinationals die amper belastingen betalen, terwijl KMO’s in datzelfde land hoge belastingbedragen dienen neer te tellen. Echter: dit is een probleem dat landen veelal intern moeten zien op te lossen, en niet op het supranationale EU-niveau.

En dan kom ik nu bij mijn laatste punt :

De uitwisseling van gegevens, de roep om transparantie, is een goede zaak. Alleen: Wij bevinden ons op een gevaarlijke slippery slope, zoals wel vaker. Op pagina 22 staat immers bij punt 73 dat ‘de uitwisseling van belasting-informatie een essentiële voorwaarde is om tot een belastingsysteem te komen op EU-niveau’.

Een belastingsysteem op EU-niveau waarbij u gaat vertellen welke belastingen bedrijven moeten gaan betalen, en vervolgens gaat beslissen over de  regels die bijvoorbeeld voor BTW moeten gelden, en daarna ongetwijfeld voor lasten op arbeid … bij zo’n systeem haak ik af.

Alweer een probleem waar u in een soort automatisme weer grijpt naar uw “ever closer Union”-oplossing.

Als euroscepticus en intergouvernmentalist, vind ik het van ongelooflijk belang dat in het rapport nog eens benadrukt wordt dat het Verdrag van de EU duidelijk het subsidiariteitsprincipe naar voren brengt en dat expliciet aan lidstaten het recht wordt verleend om hun eigen belastingensystemen in te richten.

Wat wij nodig hebben, dames en heren, is niet een eengemaakt, uniform belastingsysteem in Europa. Wat wij nodig hebben is géén tax-unie. Dus geen roep om ‘meer convergentie tussen lidstaten te verkrijgen op  het vlak van tax systemen’, al dan niet onder het mom van de zogenaamde ‘interne markt’, zoals op pagina 11 van uw verslag.

Wat wij vandaag vooral nodig hebben is politici in landen, die oorzaak en gevolg uit elkaar weten te houden en die inzetten op aanvaardbare belastingsniveaus.

Ondernemers zijn niet te beroerd om belastingen te betalen en om daardoor bij te dragen -ook veel bij te dragen- aan een sociaal ingerichte samenleving. Maar het probleem is dat het systeem volledig uit de hand is gelopen.

Mogelijk vinden sommige collega’s mijn houding iets of wat naïef. Maar de gedachte dat een supranationaal systeem, een eenheidsworst op EU-niveau, alle problemen zal oplossen – terwijl de belastingparadijzen vooral buiten de EU liggen en de trust firma’s ook buiten Europa massaal huizen – is als standpunt al minstens even kinderlijk.

 

 


Facebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedinmail

You may also like...